40 jaar Buurthuis Lydia in vogelvlucht

In de 70-er jaren brak in de Vondelpark/Concertgebouwbuurt het besef door, dat een buurthuis in de wijk heel gewenst zou zijn. Een groepje gemotiveerde mensen ging vol enthousiasme aan het werk om dit besef om te zetten in werkelijkheid. Dit resulteerde in het organiseren van enkele activiteiten, waarvoor ruimte werd gevonden in het Wijkcentrum aan de Koninginneweg 115.
De behoefte aan activiteiten bleek al snel groter te zijn dan de ruimte in het Wijkcentrum aankon. Er moest worden gezocht naar ruimte die meer initiatieven kon herbergen. Die ruimte werd tijdelijk gevonden in het Centraal Israëlisch Ziekenhuis (CIZ) aan de Jacob Obrechtstraat. Het CIZ verhuisde en het gebouw stond leeg om gesloopt te worden. De nieuwe eigenaar, het Jellinek Centrum, wilde hier zijn nieuwe kliniek vestigen.
Omdat de buurthuis-activiteiten bleven groeien, bleven de bewoners druk uitoefenen op een eigen buurthuis. Het oog was inmiddels gevallen op Huize Lydia aan het Roelof Hartplein. Het pand waar krakers uit de Nieuwmarktbuurt onderdak hadden gevonden maar dat inmiddels was ontruimd.
Op 1 oktober 1980 moest het buurthuis uit het CIZ, maar op 1 november kon Huize Lydia pas worden betrokken. De activiteiten werden op een laag pitje gezet en tijdelijk kon een klein aantal activiteiten onderdak vinden in Cafe Delikt aan de Valeriusstraat. Per 1 november betrok het buurthuis haar definitieve vestiging Huize Lydia. Het Buurtcentrum werd officieel en feestelijk geopend door wethouder Evert van der Wall, waarmee het buurthuis haar huidige vorm vond.

Vrijwilligers
Om de aansturing van het buurthuis gestalte te geven werd een Werkgroep Buurthuis opgericht, die zitting had in de wijkraad van het Wijkcentrum. Tijdens de eerste jaren draaide het buurthuis geheel op vrijwilligers. Ook de staf en de docenten die verschillende cursussen verzorgden, waren zeer betrokken vrijwilligers. Zij werden na enige tijd gesteund door enkele WVM-ers. WVM stond voor Werkverruimde Maatregeling, waardoor jongeren werkervaring konden opdoen in o.a. het buurthuis. Er kwam ondersteuning van een tijdelijk betaalde coördinator voor Nederlandse taallessen via het Stedelijk Project Educatie Anderstaligen, het SPEA. Maar naast Nederlandse taallessen in kleine groepjes, werden allerlei culturele activiteiten georganiseerd om het contact en inburgering te bevorderen, samen koken en eten, dansavonden, excursies, fietslessen en barbecueën in het Amsterdamse Bos. De ruim 50 lesgevers waren allen vrijwilliger. Nog steeds komen zo nu en dan lesnemers van toen naar Lydia om te vertellen hoe het met ze gaat en hoe fijn ze het onthaal vonden in het buurthuis tijdens hun beginperiode in Nederland. Het directe contact met Nederlanders en veelal leeftijdsgenoten ervoeren zij destijds als zeer positief.

Betaalde krachten, fusies en nog meer afkortingen
Eind 1985 kon het buurthuis profiteren van het Voorziening Arbeidsplaatsen Plan, het VAP. De eerste betaalde stafkrachten kwamen er om samen met vrijwilligers het werk uit te voeren. De organisatie en administratie van cursussen en activiteiten, zoals aantrekken en uitbetalen van docenten, inschrijven en innen cursusgeld. In die tijd viel dat onder ‘welzijnswerk’. Personeel, administratie en subsidieverstrekking werd vanaf toen ondergebracht bij Stichting Jeugdhavens Amsterdam (SJA). Het SJA fungeerde als intermediair tussen Stichting Buurthuis Lydia en de gemeente. Na de inwerkingtreding van het VAP werd het buurthuis al na korte tijd onderdeel van de opvolger van het SJA, de Stichting Buurthuiswerk Oost- en Zuid Amsterdam (de BOZA). Vanaf dat moment was het buurthuis onderdeel van die stichting en niet meer zelfstandig.

Stadsdelen en welzijnswerk
Lang heeft Boza niet geduurd, want de vorming van stadsdelen in Amsterdam kondigde zich aan. De welzijnskoepels, waar de BOZA er één van was, splitsten zich op naar de stadsdeelgrenzen. Stichting Welzijn Zuid was vanaf januari 1991 een feit. Buurthuis Lydia viel daardoor samen met het toenmalig Buurthuis de Meerpaal en het toenmalig Buurthuis Zuid onder deze stichting. Het subsidie voor welzijnwerk kwam nu niet meer van de gemeente, maar van het stadsdeel. Met het samengaan van de stadsdelen Zuid en De Pijp in Stadsdeel Oud Zuid, fuseerden ook Stichting Welzijn Zuid en Stichting Welzijn de Pijp in de – begin 2000 opgerichte – Stichting Combiwel. Dit werd gevierd met een denkbeeldig huwelijk tussen de beide directeuren. Combiwel beheert nu Buurthuis Lydia, maar het is de bedoeling dat uiteindelijk de buurt het beheer gaat voeren. Hoe en wat is nog in ontwikkeling.

Allerlei doelgroepen
Vanaf 1985 kreeg het buurthuis in het kader van de VAP subsidie voor 100 agogische uren en 20 uur conciërge. In die periode was het welzijnswerk in buurthuizen gericht op specifieke doelgroepen.
Het ouderenwerk met activiteiten gericht op cultuur en creativiteit en op beweging en geheugentraining. Het vrouwenwerk – er was zelfs, net als in veel andere buurthuizen, een wekelijkse vrouwendag; een dag waarop het buurthuis alleen toegankelijk was voor vrouwen, met allerlei aan activiteiten. Het migrantenwerk kreeg gestalte met de focus op Nederlandse taallessen en interculturele activiteiten. Het tienerwerk, dat zich richtte op inloop-activiteiten, huiswerkbegeleiding en wekelijks tienerdisco. Disco kende een grote populariteit. Ouders lieten hun kinderen naar deze disco gaan omdat de activiteit werd begeleid door een professional. De tieners werden ingeschakeld als vrijwilliger, niet alleen bij het tienerwerk, maar ook bij andere activiteiten in het buurthuis. Het algemeen volwassenwerk omvatte een diversiteit aan cursussen die werden georganiseerd op verzoek van buurtbewoners. Er zijn nog steeds – uhh, tot corona dan – activiteiten van het eerste uur, denk aan volksdansen, het Alegriakoor, kunstgeschiedenis en tekenen en schilderen. Activiteiten voor kinderen, de woensdagmiddag knutselmiddag en dansgroepjes. Allemaal werk met vrijwilligers. En in samenwerking met de werkgroep jeugd van het wijkcentrum werd de Sint Maarten Lampionnen-optocht gehouden in het Vondelpark en de kerstboomverbranding op het Museumplein.

Sommige groepen verhuizen uit Huize Lydia
Vanaf 1987 heeft een groep ouderen van Buurthuis Lydia eigen ruimte gevonden in de buurt. De voormalige Prinses Beatrixschool aan de J.M. Coenestraat kwam vrij. Deze groep ouderen vonden het prettiger om alleen met leeftijdsgenoten activiteiten te volgen. Zij hadden in het buurthuis in die periode te maken met de grote groep tieners, die deel uitmaakte van het buurthuis. Er waren ook ouderen die vanaf die periode zowel in ‘De Coenen’ als in Buurthuis Lydia kwamen voor activiteiten.
In 1990 werd door reorganisatie binnen Stichting Welzijn Zuid de organisatie en uitvoering van het tienerwerk verplaatst naar Jongerenprojecten in de Hectorstraat en daarmee stopte het tienerwerk in buurthuis.

Bezuiginingen, bezuinigingen
Meer nog dan welk buurthuis ook, kreeg Buurthuis Lydia in de jaren ‘80 te maken met bezuinigingen. Totdat in 1995 het buurthuis het met de helft van de betaalde uren moest klaren. Uiteindelijk werden weer wat uren toebedeeld door interne reorganisatie van Stichting Welzijn Zuid. Van 1996 tot en met 2011 werden de buurthuizen versterkt met gesubsidieerde (Melkert) banen, ook Buurthuis Lydia. Enkelen van hen, medewerkers van toen, zijn verbonden gebleven aan het buurthuis, maar dan via vrijwilligerswerk. Dat staat nu ‘even’ (?) stil vanwege corona. Eind 2011 kwam een eind aan de Melkertbanen. Iedereen werd ontslagen. Een dramatische gebeurtenis voor betrokken medewerkers, baan kwijt, nuttig voelen kwijt, contacten kwijt – het was een gemis voor iedereen in het buurthuis. Om de situatie in het buurthuis nog erger te maken werden ook alle agogische medewerkers ontslagen en de zakelijk leider. Dit alles in het kader van ‘reorganisatie’, wat neerkwam op enorme bezuinigingen in het welzijnswerk. Men bedacht dat het voldoende was als beveiligers – via een extern facilitair bedrijf – de openstelling van het buurthuis zouden kunnen regelen. Ondergetekende bleef als coördinator de enige betaalde kracht. Al snel kreeg het stadsdeel door dat een buurthuis beheren via een extern facilitair bedrijf erg duur en inefficiënt is en niet past binnen het welzijnswerk. Welzijnswerk, waar aandacht voor zowel de individu als de groep, als de groepen onderling, gewenst is. Het contract met het beveiligingsbedrijf werd na drie maanden opgezegd en de eerder ontslagen zakelijk leider werd weer in dienst genomen.
Om contact te houden met de ontslagen medewerkers, waarvan de meesten in de buurt wonen, werd een nieuwe wekelijkse activiteit georganiseerd, het Wijkcafé. Tijdens dit uurtje borrelen, met gratis koffie of thee en een hapje, werd getracht het contact te onderhouden. Wie wilde, kon aanschuiven. Met ondersteuning van veel betrokken docenten en vrijwilligers groeide het aantal activiteiten en bleef het buurthuis bruisen. In 2015 ging ondergetekende met pensioen, maar kreeg opvolging.

Maatschappelijk belang versus belang beheerder van Huize Lydia
Het maatschappelijke belang van welzijnswerk blijft onverminderd belangrijk. Het draagt bij aan minder eenzaamheid, men maakt vrienden en men zorgt voor elkaar. Het houdt mensen langer zelfstandig en gezond. Een buurthuis is bij uitstek een laagdrempelige plek in de buurt om andere buurtbewoners met welke achtergrond dan ook, te ontmoeten en te leren kennen.
Maar in 2019 kon het nog erger. Combiwel was al gestart met het uitplaatsen van de huidige activiteiten om daarna een meer betalende, nog onbekende organisatie als huurder binnen te kunnen halen. Echter, dit lieten de vrijwilligers, docenten en gebruikers van het buurthuis niet gebeuren en zij hebben hun stem laten horen. Buurthuis Lydia moet blijven, zo knokten zij met resultaat! Onlangs is de Vereniging Vrienden en Vriendinnen van Buurthuis Lydia opgericht die actief met een groep vrijwilligers de schouders er onder zet, bijvoorbeeld om meer geld te genereren waarmee bestaande en nieuwe activiteiten kunnen worden behouden. Het stadsdeel heeft inmiddels haar fiat gegeven.

Laten we hopen dat Buurthuis Lydia, in welke vorm dan ook, tot in lengte van dagen behouden blijft voor de buurt.

Thea Geurtsen, voorheen coördinator Buurthuis Lydia